Italiaans Basis · Les 1.1 · Kennismaken
Na deze les kun je iemand begroeten en gedag zeggen, op elk moment van de dag. Je zegt hoe je heet en vraagt hoe de ander heet, met tu of met Lei.
HerhaalStap 1
Dit is de eerste les. Een paar Italiaanse woorden ken je vast al, van een vakantie of van een menukaart. Probeer het eerst zelf.
LeesStap 2
Je komt aan in Bologna. Je huurt er een paar maanden een appartement in het centrum. Je belt aan. De verhuurder doet open: Paolo Rinaldi. Hij geeft je de sleutel.
Op de trap kom je daarna de buurvrouw tegen, Lucia Bertoni. Ze is ouder dan jij. 's Avonds, als je de deur uit gaat, zie je haar weer.
Signor Rinaldi en signora Bertoni zeggen Lei tegen je. Jij zegt ook Lei tegen hen. Lei is "u". Zo spreek je in Italië iemand aan die je niet kent of net hebt leren kennen.
In het gesprek heet je Sam. Zelf zeg je natuurlijk je eigen naam.
LuisterStap 3
| Italiaans | Nederlands |
|---|---|
| buongiorno | goedemorgen, goedemiddag |
| buonasera | goedenavond |
| ciao | hoi; doei |
| arrivederci | tot ziens |
| grazie | dank je, dank u |
| prego | graag gedaan |
| per favore | alsjeblieft, alstublieft |
| scusi | sorry, pardon (tegen iemand met *Lei*) |
| scusa | sorry (tegen iemand met *tu*) |
| bene | goed |
| il signore, la signora | de meneer, de mevrouw |
| la chiave | de sleutel |
| il vicino, la vicina | de buurman, de buurvrouw |
| essere | zijn |
LeesStap 4
Signor Rinaldi vraagt: Lei è Sam? Jij antwoordt: Sono Sam. Dat is het werkwoord essere, zijn.
| Nederlands | Italiaans |
|---|---|
| ik ben | (io) sono |
| jij bent | (tu) sei |
| hij is, zij is | (lui) è, (lei) è |
| u bent | (Lei) è |
Je laat het onderwerp weg. Sono betekent al "ik ben", sei al "jij bent". Daarom zeg je Sono Sam en niet Io sono Sam. Met io erbij klinkt het alsof je iemand tegenspreekt: "ík ben Sam (en hij niet)".
De Nederlandse valkuil: e en è. Zonder accent is e "en": E Lei? (En u?). Met accent is è "is": Lei è Sam? (Bent u Sam?). Het accentje maakt een ander woord. Vergeet je het, dan schrijf je "en" waar je "is" bedoelt.
Lei is u. Lei gaat met dezelfde vorm als "hij" en "zij": Lei è, net zoals je in het Nederlands "u is" hoort naast "u bent". Lei schrijven we in deze cursus met een hoofdletter, ook midden in een zin. Zo zie je het verschil met lei, zij. In Italiaanse teksten zie je vaak een kleine letter.
Wanneer tu, wanneer Lei?
| Lei | tu | |
|---|---|---|
| tegen wie | iemand die je niet kent, de verhuurder, een buurvrouw die ouder is dan jij, in een winkel of bar | een vriend, familie, een kind, iemand van je eigen leeftijd |
| hoe heet je? | Come si chiama? | Come ti chiami? |
| hoe gaat het? | Come sta? | Come stai? |
| sorry | Scusi! | Scusa! |
| gedag | Buongiorno! Arrivederci! | Ciao! |
Twijfel je? Begin met Lei. Zegt de ander tu, dan mag jij dat ook.
OefenStap 5
Kies wat je zegt.
Vul de goede vorm van essere in.
HerhaalStap 6
Een week nadat je deze les op Begrepen hebt gezet, staan hier 3 snelle vragen voor je klaar.

48 lessen · 8 modules · A1 · A2
Je stelt je voor, doet boodschappen, bestelt in de bar en vraagt de weg, in het Italiaans zoals je het in heel Italië hoort.
Inclusief btw · eenmalig · levenslang toegang
Je hoeft geen account te maken. Na het betalen krijg je een mail waarmee je meteen kunt beginnen.
Voor de btw op je factuur. De prijs blijft gelijk.
Toch niet wat je zocht? Vraag binnen 14 dagen je geld terug.
Je betaalt via Mollie met iDEAL | Wero, Bancontact of een overboeking.
Heb je al een account? Dan kun je ook eerst inloggen.
Met je bestelling ga je akkoord met de algemene voorwaarden. Lees ook ons privacybeleid.
Het gesprek gaat in drie stukjes. Luister er een paar keer naar. De zinnen van Sam hoor je in een vrouwen- of een mannenstem: kies zelf.
Signor Rinaldi doet open. Hij begint, daarna praten jullie om de beurt.
Je sjouwt een koffer de trap op en loopt bijna tegen signora Bertoni aan. Jij begint.
Je gaat de deur uit. Signora Bertoni staat bij de brievenbussen. Zij begint.
Dit hoor je in het gesprek. Je hoeft het nog niet zelf te zeggen.
| Italiaans | Nederlands |
|---|---|
| Ecco la chiave. | Hier is de sleutel. |
| Niente, niente. | Geeft niks. |
| Piacere mio. | Insgelijks (letterlijk: het genoegen is aan mij). |
| Buona serata! | Fijne avond! |
Luister naar elke zin en zeg hem hardop na. Eerst de zinnen uit het gesprek, met Lei.
| Italiaans | Nederlands |
|---|---|
| Sì, buongiorno! Sono Sam. | Ja, goedemiddag! Ik ben Sam. |
| Grazie, signor Rinaldi! | Dank u, meneer Rinaldi! |
| Oh, scusi! | O, sorry! |
| Buongiorno! Mi chiamo Sam. E Lei, come si chiama? | Goedemiddag! Ik heet Sam. En u, hoe heet u? |
| Piacere, signora Bertoni. | Aangenaam, mevrouw Bertoni. |
| Buonasera, signora! Bene, grazie. E Lei? | Goedenavond, mevrouw! Goed, dank u. En met u? |
| Come sta? | Hoe gaat het met u? |
Zo begin je een gesprek met iemand tegen wie je tu zegt: een vriend, iemand van je eigen leeftijd op een feestje of op je taalcursus.
| Italiaans | Nederlands |
|---|---|
| Ciao! Mi chiamo Sam. E tu, come ti chiami? | Hoi! Ik heet Sam. En jij, hoe heet jij? |
| Come stai? | Hoe gaat het (met je)? |
| Bene, grazie. E tu? | Goed, dank je. En met jou? |
| Ciao, a domani! | Doei, tot morgen! |
Denk aan het gesprek. Klopt het?
4 vragen
Paolo Rinaldi is de verhuurder.
Signora Bertoni zegt tu tegen je.
Lucia Bertoni is de buurvrouw.
's Avonds groet signora Bertoni je met buongiorno.
Typ de zin zelf. Daarna hoor je het voorbeeld en vergelijk je.
Lees wat er gebeurt, zeg hardop wat je zegt en draai de kaart om.
1 / 5: Het is acht uur 's ochtends. Je ziet signor Rinaldi.