Italiaans Basis · Les 1.2 · Kennismaken
Na deze les kun je zeggen waar je vandaan komt, waar je woont en welke talen je spreekt. Je vraagt het ook aan een ander. Uit een kort briefje haal je naam, land en woonplaats.
HerhaalStap 1
Drie vragen over les 1.1. Probeer het eerst zelf.
LeesStap 2
In de bar op de hoek van je straat drink je een cappuccino. Naast je komt een vrouw van ongeveer je eigen leeftijd zitten: Chiara. Jullie raken aan de praat. Waar kom je vandaan? Waar woon je? Welke talen spreek je?
Chiara en jij zeggen meteen tu tegen elkaar: jullie zijn even oud. Chiara zie je in deze cursus vaker terug.
Enzo staat achter de bar. Hij brengt de koffie.
LuisterStap 3
| Italiaans | Nederlands |
|---|---|
| abitare | wonen |
| parlare | spreken |
| la lingua | de taal |
| dove | waar |
| di dove | waarvandaan |
| che | welk, wat |
| chi | wie |
| qui | hier |
| anche | ook |
| un po' di | een beetje |
LeesStap 4
Chiara zegt abito, ik woon. Ze vraagt dove abiti?, waar woon jij? Zo gaan de meeste werkwoorden op -are: je haalt -are weg en zet er een uitgang achter.
| abitare | parlare | |
|---|---|---|
| ik | abito | parlo |
| jij | abiti | parli |
| hij, zij, u | abita | parla |
Net als bij essere laat je het onderwerp weg: de uitgang zegt al wie het is. Abito is "ik woon", abiti "jij woont". Met Lei gebruik je de vorm van hij en zij: Dove abita? (Waar woont u?).
Vraagwoorden
| dove? | waar? Dove abiti? |
|---|---|
| di dove? | waarvandaan? Di dove sei? |
| che? | welk, wat? Che lingue parli? |
| come? | hoe? Come ti chiami? |
| chi? | wie? Chi è? (Wie is dat?) |
De Nederlandse valkuil: a of in? Bij een stad zeg je a: abito a Bologna. Bij een land in: abito in Italia. In het Nederlands is het allebei "in". Daarom gaat dit vaak mis.
Zo klinkt het: abito heeft de klemtoon vooraan: "Á-bi-to". Niet "a-BIE-to". Parlo klinkt met een gerolde r, kort met de tongpunt.
OefenStap 5
Vul de goede vorm in.
Kies het goede woordje.
Denk aan het gesprek. Klopt het?
HerhaalStap 6
Een week nadat je deze les op Begrepen hebt gezet, staan hier 3 snelle vragen voor je klaar.

48 lessen · 8 modules · A1 · A2
Je stelt je voor, doet boodschappen, bestelt in de bar en vraagt de weg, in het Italiaans zoals je het in heel Italië hoort.
Inclusief btw · eenmalig · levenslang toegang
Je hoeft geen account te maken. Na het betalen krijg je een mail waarmee je meteen kunt beginnen.
Voor de btw op je factuur. De prijs blijft gelijk.
Toch niet wat je zocht? Vraag binnen 14 dagen je geld terug.
Je betaalt via Mollie met iDEAL | Wero, Bancontact of een overboeking.
Heb je al een account? Dan kun je ook eerst inloggen.
Met je bestelling ga je akkoord met de algemene voorwaarden. Lees ook ons privacybeleid.
| Italiaans | Nederlands |
|---|---|
| l'Italia | Italië |
| i Paesi Bassi, l'Olanda | Nederland |
| il Belgio | België |
| il Regno Unito | het Verenigd Koninkrijk |
| gli Stati Uniti | de Verenigde Staten |
| la Spagna | Spanje |
| il Messico | Mexico |
| l'Argentina | Argentinië |
| la Svizzera | Zwitserland |
| Italiaans | Nederlands |
|---|---|
| italiano, italiana | Italiaans, Italiaan, Italiaanse |
| olandese | Nederlands, Nederlander, Nederlandse |
| belga | Belg, Belgische |
| inglese | Engels, Brit, Britse |
| americano, americana | Amerikaans, Amerikaan, Amerikaanse |
| spagnolo, spagnola | Spaans, Spanjaard, Spaanse |
| messicano, messicana | Mexicaans, Mexicaan, Mexicaanse |
| argentino, argentina | Argentijns, Argentijn, Argentijnse |
| francese | Frans, Fransman, Française |
| tedesco, tedesca | Duits, Duitser, Duitse |
Chiara vraagt of de stoel naast je vrij is. Zij begint, daarna praten jullie om de beurt. Aan het eind brengt Enzo de koffie.
| Italiaans | Nederlands |
|---|---|
| È libero? | Is het vrij? (een plek, een stoel) |
| Piacere! | Leuk je te ontmoeten! Je kent het uit les 1.1 als "aangenaam". |
| qui vicino | hier vlakbij |
| ma | maar |
| Ecco... | Alsjeblieft, hier is... (als je iets geeft) |
Luister en zeg na. Eerst de zinnen uit het gesprek.
| Italiaans | Nederlands |
|---|---|
| Di dove sei? | Waar kom je vandaan? |
| Sono olandese. E tu, sei di Bologna? | Ik kom uit Nederland. En jij, kom je uit Bologna? |
| Abito qui vicino, in via Mazzini. | Ik woon hier vlakbij, in de via Mazzini. |
| Grazie! Parlo un po' di italiano. E tu, che lingue parli? | Dank je! Ik spreek een beetje Italiaans. En jij, welke talen spreek jij? |
| Dove abiti? | Waar woon je? |
Kies de zin die bij jou past. Waar het voor een man en een vrouw verschilt, hoor je de vrouw met de vrouwenstem en de man met de mannenstem.
| Italiaans | Nederlands |
|---|---|
| Sono belga. | Ik kom uit België. |
| Sono inglese. | Ik kom uit Engeland. |
| Sono americano. | Ik ben Amerikaan. |
| Sono americana. | Ik ben Amerikaanse. |
| Sono spagnolo. | Ik ben Spanjaard. |
| Sono spagnola. | Ik ben Spaanse. |
| Abito a Bologna, in Italia. | Ik woon in Bologna, in Italië. |
| Parlo olandese, inglese e un po' di italiano. | Ik spreek Nederlands, Engels en een beetje Italiaans. |
| Parlo spagnolo e un po' di italiano. | Ik spreek Spaans en een beetje Italiaans. |
Tegen iemand met wie je Lei zegt, vraag je het zo:
| Italiaans | Nederlands |
|---|---|
| Lei di dov'è? | Waar komt u vandaan? |
| Dove abita? | Waar woont u? |
| Che lingue parla? | Welke talen spreekt u? |
3 vragen
Chiara komt uit Bologna.
Chiara spreekt een beetje Spaans.
Sam woont ver van de bar.
Op het prikbord van de bar hangt een briefje. Lees het en beantwoord de vragen.
Ciao a tutti! Mi chiamo Emma. Sono inglese, di Manchester. Abito a Bologna, in via Zamboni. Parlo inglese, francese e un po' di italiano. Cerco un tandem: italiano e inglese.
>
(cerco un tandem: ik zoek iemand om samen een taal te oefenen.)
Typ de zin zelf. Daarna hoor je het voorbeeld en vergelijk je.
Lees wat er gebeurt, zeg hardop wat je zegt en draai de kaart om.
1 / 4: Chiara vraagt: Di dove sei?