Vraagwoorden

Vraagwoorden in de Italiaanse taal.

Chiedere/Domandare Vraagwoorden
Che? Wat?
Chi? Wie?
Chi? Wie? (meervoud)
Cosa? Wat, welke?
Quale? Wat, welke? (meervoud)
Dove? Waar?
Dove? Waarheen?
Come? Hoe?
Perché? Waarom?
Quando? Wanneer?
Che cosa è? Wat is dit?
Qual è la tua sedia? Wat is uw stoel?
Quali sono i prezzi correnti? Hoeveel kost dat / hoe duur is dat?
Come si scrive ...? Hoe schrijf je ...?

Delen met vrienden